donderdag 18 september 2014

De tien struikelblokken van het ‘leren leren’

leren leren studiemethodiek
Het is altijd even zoeken naar de exacte reden van een slecht resultaat. En zelfs wanneer je weet waar het schoentje wringt, blijft het soms vissen naar hoe het dan beter moet. Een cursus 'leren leren' kan het antwoord bieden op elk van de onderstaande uitdagingen die je zeker wel herkent.

1. “De leerstof lijkt plots teveel en/of te moeilijk (te zijn geworden)”

Soms verloopt de overgang tussen bepaalde studiejaren minder vlot door een verschil in aanpak. Zo zijn de stap van de tweede naar de derde graad, en de stap van het middelbaar naar het hoger onderwijs hier klassieke gevallen van. Je lesgever kan je zeggen hoe je grotere hoeveelheden verwerkt, hoe je inzichtelijker leert en wat voor andere vragen je docenten kunnen stellen.

2. “Ik heb weinig of geen discipline”

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, is discipline geen aangeboren eigenschap maar een vaardigheid die je kan ontwikkelen door training. Door stapsgewijs de inspanning te vergroten, kan je leren hoe je achter je bureau kan gaan zitten én daar ook blijven zitten tot het werk helemaal klaar is. Samen met je lesgever overloop je tips and tricks en krijg je oefeningen om die ijzersterke discipline aan te leren.

3. “Tijdens het jaar kan ik me moeilijk concentreren. Pas als er tijdsdruk is, begin ik te leren en dan is het laat”

Veel studenten schieten te laat in gang en komen in de blokperiode tot de ontdekking dat de cursus toch heel wat meer is dan ze gedacht hadden. Een goede planning is cruciaal om niet voor verrassingen te komen staan. Je lesgever leert jou hoe je de hoeveelheid werk juist inschat en hoe je het meest efficiënt je tijd indeelt zodat je zowel je studies als je hobby’s tot een goed eind kan brengen.

4. “Ik heb mijn cursus al zo vaak gelezen maar het blijft niet hangen”

Memoriseren is een kunst. Zeker in richtingen waar je veel encyclopedische kennis te verwerken krijgt. Ook hiervoor bestaan er specifieke technieken waarmee je samen met je lesgever aan de slag gaat.

5. “Ik leer alles vanbuiten maar nu lukt dat niet meer”

Sommige studenten leren vlot uit het hoofd. Dit kan moeilijk worden wanneer de hoeveelheid leerstof sterk toeneemt of je docent inzichtelijke vragen stelt over verschillende hoofdstukken heen. Met een goede studiemethodiek integreer je reproductie met inzicht en leer je de theorie niet enkel opsommen maar ook toepassen.

6. “Ik weet niet hoe ik moet onderlijnen of fluoriseren”

Soms lijkt het wel zoveel dat je door het bos de bomen niet meer ziet. Om vlot hoofd- en bijzaken te onderscheiden, leert je lesgever je wat en hoe je moet aanduiden en structureren. Gewapend met enkele markeerstiften en een inhoudstafel ontdek je al snel de rode draad doorheen je cursus.

 

7. “Ik had te weinig tijd op het examen”

Immense zonde is het wanneer je je leerstof wel degelijk goed kent maar er dingen foutlopen op het examen zelf. Sommige studenten werken te traag, misrekenen zich bij een giscorrectie of slaan in paniek op een mondeling examen. Je lesgever kan je helpen omgaan met de verschillende examenvormen en je helpen je studiemethode hier tijdens het jaar reeds op aan te passen.

8. “Ik weet niet wat ik juist wil worden – ik kan niet kiezen/niets interesseert me”

Tegenvallende resultaten of de overgang naar een volgend jaar kunnen je wel eens doen twijfelen aan je studiekeuze. Onder het luik ‘studiehouding’, bekijk je samen met je lesgever hoe je je motivatie kan opkrikken. Om een duidelijker beeld te krijgen van wie je bent, welke studiemogelijkheden er allemaal bestaan en wat de beste match zou zijn tussen die beiden, kan je ook een specifieke studiekeuzeheroriëntering volgen.


9. “Ik heb last van angst, stress of zelfs black-outs”

Soms kan je onder zoveel studiedruk staan dat het je verlamt. De angst om te mislukken, om niet te voldoen aan de verwachtingen van je ouders of jezelf, kan je zelfs met hartkloppingen, black-outs of hyperventilatie opzadelen. Speciaal voor deze uitdagingen hebben we faalangsttrainingen waarbij een psycholoog je leert met je klachten omgaan zodat je weer plezier kan hebben in je studies.

10. “Bij anderen gaat het veel sneller om hetzelfde te leren”

Dit is de beste indicatie dat er iets hapert aan je studiemethodiek! Die anderen zijn heus niet zoveel slimmer dan jij maar zij hebben waarschijnlijk vlotter ‘leren leren’. Tijdens een cursus studiemethodiek zoeken we samen naar een gepersonaliseerde methode die aansluit bij jouw richting, interesses en bezigheden. De verschillende luiken ‘studietechnieken’, ‘studieplanning’ en ‘studiehouding’ kunnen zoveel aan bod komen als jij denkt nodig te hebben.

Herken jij deze uitdagingen? Dan kunnen wij je terug op de goede weg helpen! Via een cursus 'leren leren' bij REBUS leer jij efficiënter studeren op het vlak van studiehouding, studieplanning en studiemethodiek. Zodat je eindelijk het resultaat behaalt dat je verdient!

Over de auteur: Jolien Delbeke is psychologe en werkt momenteel als studiecoach bij REBUS en verzorgt daar onder andere de trainingen 'leren leren'.

Wil je graag reageren in verband met dit artikel? Dit kan via email, WebsiteFacebookTwitterGoogle+ of onderaan deze blogpost.

donderdag 4 september 2014

Toelatingsexamen (tand)arts: Waarom slagen zo weinig studenten?

toelatingsproef geneeskunde ingangsexamen arts tandarts toelatingsexamen rebus studiebegeleiding jan bruwier
Dinsdag werden de resultaten bekend gemaakt van het tweede toelatingsexamen (tand)arts: 17,5% geslaagd. Over de beide zittijden samen zijn in totaal 18,7% geslaagd. Uit de norm groep (Belgische deelnemers die in 2013-14 in het laatste studiejaar secundair onderwijs zitten) slaagden slechts 22,2%. 


Wat maakt slagen voor dit examen zo moeilijk?

Recent onderzoek aan de VUB (onderzoeksgroep TOR) geeft aan dat de voorbereiding (via zelfstudie, voorbereidingslessen aan de universiteiten of begeleiding in het secundair onderwijs) van de student geen invloed heeft op het slaagcijfer. Wij zijn het niet helemaal eens met deze bevindingen en zouden graag (op basis van onze ervaringen gedurende de afgelopen 17 jaar) een paar punten naar voren willen brengen die volgens ons een belangrijke rol spelen.

“Voor het toelatingsexamen is de wil om  te slagen belangrijk, maar nog veel belangrijker is de wil om zich goed voor te bereiden.” Jan Bruwier

Voorbereidingslessen aan de universitaire faculteiten

De voorbereidingslessen aan de meeste faculteiten staan helaas te laat op de universitaire agenda (vanaf februari of tijdens de paasvakantie) en bieden voor de meeste studenten niet de vakinhoudelijke kennis en inzicht die nodig zijn om te slagen. Ze krijgen een algemeen overzicht van de te kennen leerstof samen met een aantal historische examenvragen. Gerichte hulp bij het vergroten van kennis en inzicht in de leerstof wordt meestal niet geboden.

 

Begeleiding in scholen secundair onderwijs

De begeleiding die scholen in  het secundair onderwijs aanbieden is zeer divers. Sommige scholen doen serieuze en structurele extra inspanningen om hun leerlingen voor te bereiden op het toelatingsexamen. Voorbeelden zijn het Sint Barbaracollege in Gent, Atheneum Veurne (om er maar een paar te noemen). Anderen organiseren sporadisch extra lessen. Echter, veel scholen bieden geen extra ondersteuning. Leerlingen voorbereiden op één specifieke studie (arts/tandarts) behoort niet tot het takenpakket van een school. We kunnen dus enkel lof hebben voor scholen en leerkrachten die extra inspanningen leveren om hun leerlingen zo goed mogelijk voor te bereiden op het toelatingsexamen.

Echter, een belangrijke ontwikkeling in het onderwijs met een jammer genoeg (samen met ander factoren) negatieve impact op het slaagcijfer is de democratisering van het onderwijs: in de veronderstelling dat elke leerling een diploma moet kunnen halen, legt men de lat lager met diegenen die het minst goed presteren als uitgangspunt. Uit onze eigen ervaring blijkt dat de basisvaardigheden van leerlingen op het gebied van wetenschappen de laatste decennia dalen. Dit wordt versterkt door het inzetten van leerkrachten die soms zelf niet over de wetenschappelijke achtergrond beschikken die nodig is om wetenschapsvakken (met name fysica en scheikunde) te onderwijzen. Dit is iets wat waarschijnlijk ook kan worden verklaard door ontwikkelingen in het onderwijs en de opleiding tot leerkracht in het bijzonder, maar: wat de school niet (goed) doet, moet de student uiteindelijk zelf doen….

 

De cruciale rol van zelfstudie en persoonlijke voorbereiding

Het toelatingsexamen arts/tandarts bestaat uit twee delen: kennis in wetenschappen of KIW (wiskunde, fysica, scheikunde en biologie) en informatieverwerking of IVV (stilleesteksten en communicatieproef).

Grote hoeveelheid leerstof komt samen in één examen: 

  • Het KIW gedeelte bevat leerstof uit vier studiejaren (derde, vierde, vijfde en zesde middelbaar) voor wiskunde, fysica en scheikunde. Voor biologie enkel uit vijfde en zesde middelbaar. Dit is bijzonder veel leerstof die samenkomt in één examen, een multiple-choice examen met een tijdsbeperking van drie uur.
  • De meeste leerlingen uit het secundair onderwijs studeren zeer gefragmenteerd: van trimester tot trimester. Op een toelatingsexamen komt de stof van vier vakken samen in één examen of in totaal 42 trimesters leerstof wetenschappen.
  • Het toelatingsexamen is niet echt een moeilijk examen. Maar wel een examen over een zeer grote hoeveelheid leerstof.

Het examen is multiple choice

  • Multiple choice betekent dat men de stof nog beter moet kennen dan voor een examen met open vragen. Door de vraagstelling en de antwoord keuzemogelijkheden slaat ook de twijfel toe: meestal geen goede raadgever voor studenten. Meisjes zouden volgens de voorgenoemde studie aan de VUB benadeeld zijn (ze gokken minder snel dan jongens). Dit is niet noodzakelijk een nadeel. Wij raden onze studenten af om te gokken tijdens het KIW gedeelte. Het antwoord kan perfect berekend worden, dus moet er, in normale omstandigheden bij een voldoende aantal antwoorden, niet worden gegokt.

Tijdsdruk

  • Ook de tijdsdruk en het niet gebruik mogen maken van een rekenmachine spelen een belangrijke rol. Dit impliceert dat de kennis niet latent maar wel zeer paraat aanwezig moet zijn. Snel kunnen werken zonder rekenfouten maken is de boodschap.

Uit bovenstaande overwegingen, gebaseerd op onze ervaringen, blijkt dat de voorbereiding voor het toelatingsexamen via zelfstudie, eventueel aangevuld met externe hulp, van cruciaal belang is. Een student die zich niet goed heeft voorbereid, hoe verstandig ook, heeft weinig slaagkans!

Is het toelatingsexamen zelf dan niet goed?

Moet er ook gehoor worden gegeven aan de vragen die worden gesteld rond de kwaliteit van het toelatingsexamen voor arts en tandarts? Zeker, het is altijd goed om een constante kwaliteitscontrole uit te voeren, ook omdat tijden veranderen. Echter, wij zijn van mening dat het toelatingsexamen bewijst nuttig en degelijk te zijn, door de universiteiten in staat te stellen kwaliteitsvol onderwijs te realiseren voor gemotiveerde (tand)artsen in spe. De slaagcijfers in het eerste bachelor geneeskunde en tandarts bewijzen dit en schommelen rond de 90%.

Het toelatingsexamen zelf is inderdaad door de jaren heen niet veel gewijzigd. In 1997 slaagden 49% van de studenten, nu 18,7%...De vraag in hoeverre dit te maken heeft met het toelatingsexamen zelf of met de manier waarop leerlingen in 1997 begeleid werden op het gebied van wetenschappen in scholen, samen met de hoeveelheid zelfstudie, kan hier terecht gesteld worden.

Een permanente evaluatie van het toelatingsexamen door een begeleidingscommisie en het verder ontwikkelen van beter geplande, gecoördineerde en realistische voorbereidingslessen, juichen wij toe. Wij willen hier graag, samen met andere partijen, aan bijdragen op basis van onze kennis en ervaring.

Leuven, 4 September 2014


Over de auteur: Jan Bruwier is hoofdverantwoordelijke van Rebus studiebegeleiding in Leuven en Kortrijk. Rebus begeleidde, sinds de invoering van het toelatingsexamen in 1997, al meer dan 500 studenten succesvol voor het toelatingsexamen arts en tandarts.

Wil je graag reageren in verband met dit artikel? Dit kan via email, Website, Facebook, Twitter, Google+ of onderaan deze blogpost.

woensdag 25 juni 2014

Gokken tijdens het toelatingsexamen arts/tandarts?

Het toelatingsexamen arts/tandarts is multiple choice:: kan ik gokken?

Naar aanleiding van het aankomende toelatingsexamen geneeskunde, stellen heel wat leerlingen zich vast vragen over de beste manier om een multiple choice examen aan te pakken. Hoeveel vragen vul je best in? Moet je gokken of niet? Moet je bij je eerste antwoord blijven of kan je nog veranderen? Op deze vragen zullen we ingaan in deze blogpost.

Ten eerste is het vooral erg belangrijk dat je op een multiple choice examen met foutcorrectie voldoende marge creëert om te kunnen slagen. De vragen op het examen zijn zo opgesteld dat er behoorlijk wat valstrikken in zitten, dus je kan nooit 100% zeker zijn dat je alles juist hebt. 50% invullen is dus niet voldoende, het is beter om naar een ruimer percentage te streven, bijvoorbeeld 75%.

Wat betreft het gokken, hierover zijn de meningen verdeeld. Bij exacte wetenschappen, is het beter om niet te gokken, daar je het antwoord meestal kan uitrekenen of beredeneren. Voor het IVV (informatieverwerking) -gedeelte, kan je overwegen om te gokken wanneer je twijfelt tussen twee antwoorden. Dit geeft statistisch gezien puntenwinst, daar een fout antwoord -1/3 oplevert, maar je 1 op 2 antwoorden juist zou moeten hebben en hiervoor wel een punt bij krijgt. Let wel, statistisch gezien betekent over een groot aantal vragen. Daar dit niet zoveel vragen zijn, kan je ook pech hebben bij het gokken. Tip: Bij de communicatieproef twijfel je meestal tussen twee antwoorden. Hier is het dan vaak ook mogelijk om alle vragen in te vullen en punten te scoren!

Ten slotte kan het soms wel nuttig zijn om je antwoord ter veranderen. Onderzoek wijst uit dat wanneer studenten hun antwoord aanpassen, ze vaker een fout antwoord vervangen door een correct antwoord dan omgekeerd (Geiger, 1996). De voorwaarde hiervoor is wel dat ze niet gokken dat het een fout antwoord is, maar een beredeneerde keuze maken om het antwoord te veranderen (Shatz & Best, 1987).

CONCLUSIE:
Probeer voldoende in te vullen, doch zonder al teveel te gokken. Lees je antwoorden en de vragen ook goed na om eventuele valstrikken te ontdekken en je redenering te controleren opdat je je antwoord eventueel nog kan aanpassen.

Bibliografie

Geiger, M. (1996). On the benefits of changing multiple-choice answers: Student perception and performance. . Education, 108-116.
Shatz, M., & Best, J. (1987). Students' reasons for changing answers on objective tests. . Teaching of Psychology, 241-242.


Over de auteur: Stephanie Theunissen, is psychologe en werkt momenteel als studiecoach voor het informatieverwerkingsgedeelte IVV van het toelatingsexamen arts/tandarts bij REBUS.

Wil je graag reageren in verband met dit artikel? Dit kan via email, WebsiteFacebookTwitterGoogle+ of onderaan deze blogpost.

woensdag 21 mei 2014

Rebus Studieadvies: "Humaniorastudenten, kies wijs!"

Wie uit een sterke richting komt, heeft meer kans om in het hoger onderwijs te slagen. Tot die vaststelling kwam het Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het mag een evidentie lijken, maar uit onze ervaring leren we dat studenten uit de humaniora zich hier jammer genoeg niet altijd van bewust zijn.

De studie kwam tot de volgende vaststellingen:

Binnen het aso, dat voorbereidt op voortstuderen, zijn de verschillen groot. Van de studenten die uit de richting Grieks-wiskunde komen, halen meer dan zeven op de tien een academische bachelor (alle richtingen samen) in de normale drie jaar. Bij de collega’s van Latijn-wiskunde is dat net geen zes op de tien.

Bij de jongeren uit wetenschappen-wiskunde haalt net niet de helft het in drie jaar. Bij economie-moderne talen zakt dat naar 11,38 procent en bij humane is het niet één op de tien. Bij de afgestudeerden van die laatste richting haalt meer dan één op de vier geen bachelordiploma na vijf jaar.

Rebus studieadvies

Voor Rebus is dit echter geen nieuws meer. Ook wij voelen al langer aan dat de gekozen richting uit de humaniora iets vertelt over de slaagkans in het hoger onderwijs. Volgens ons zijn de 'sterke richtingen' vooral de richtingen met veel wiskunde. Voor ons was dit dus al langer duidelijk: wie in het middelbaar zes of acht uur wiskunde per week kreeg, heeft beduidend meer slaagkansen in zijn verdere studies.

Als studieadvies willen we dan ook meegeven aan alle studenten in de humaniora: kies wijs! Als je van plan bent na je achttiende verder te studeren, dan ga je best voor een sterkere richting met zo veel mogelijk wiskunde. Op die manier houd je je kansen op een geslaagde studiecarrière zo hoog en zo breed mogelijk.

Als extra tip geven we jullie nog een link mee naar de Onderwijskiezer van het CLB waar je een handig overzicht kunt vinden van alle bestaande studierichtingen.


Over de auteur: Alexander Vandecaveye is afgestudeerd als Bachelor in de Geografie en Master in de Wijsbegeerte en werkt momenteel als studiecoach en social media expert voor REBUS.

Wil je graag reageren in verband met dit artikel? Dit kan via email, Website, Facebook, Twitter, Google+ of onderaan deze blogpost.

maandag 14 april 2014

'Leren leren' bij Rebus met ADHD

Vandaag de dag krijgen studenten vaak het label "ADHD" opgeplakt. Ook bij Rebus komen we af en toe in contact met deze problematiek. Meestal raden we aan om deze symptomen al grotendeels aan te pakken met een doorgedreven training "leren leren". Daarin ligt de nadruk op het aanleren van een juiste studiemethode en planning. Onze ervaring leert dat gestructureerd leren studeren en je studietijd nauwgezet leren plannen al veel kan helpen. Ook voor studenten die niet met ADHD hebben te kampen.

Onlangs verscheen in de Campuskrant (KU Leuven) een interessant artikel hieromtrent. Ook daarin wordt aangeraden dat medicatie alleen niet voldoende is, maar dat de omliggende structuren best ook worden aangepast, zoals in onze training 'leren leren' aangeleerd wordt.

Hieronder een overzicht van de interessantste passages uit dit artikel:


Groeit ADHD er dan niet uit? Professor Dieter Baeyens is klinisch psycholoog, verbonden aan de Onderzoekseenheid Gezins- en orthopedagogiek, professor Saskia Van der Oord is klinisch psycholoog en gedragstherapeut (Onderzoekseenheid Klinische Psychologie). Volgens hen heeft naar schatting 90% van wie als kind de diagnose ADHD kreeg, als volwassene nog steeds last.

Baeyens: “Moeite met concentreren, hyperactiviteit en impulsiviteit zijn de drie belangrijkste kenmerken van ADHD of voluit Attention Deficit Hyperactivity Disorder. In de wandeling noemt men het onoplettende subtype, waarbij geen sprake is van hyperactiviteit, ook wel ADD.” Van der Oord: “ADHD blijft levenslang aanwezig, maar het beeld verandert wel: vanaf de puberteit neemt de impulsiviteit af en gaat het drukke gedrag over in innerlijke rusteloosheid. Volwassenen en adolescenten met ADHD hebben meestal naast concentratieproblemen ook moeite met plannen, prioritiseren, hoofd- en bijzaken onderscheiden, uitstelgedrag, onthouden wat net gezegd is …"

"Dat levert uiteraard de nodige moeilijkheden op bij de overgang naar het hoger onderwijs. Plots valt veel structuur weg en moet je je studie en je dagelijkse leven helemaal zelf zien te organiseren, en kunnen weerstaan aan de vele verleidingen om iets anders te doen dan studeren. Bij een aantal studenten, die zich dankzij hoge intelligentie of veel hulp van de ouders hebben weten te redden in het middelbaar, wordt zelfs pas op dat moment duidelijk dat ze ADHD hebben.”


Terrasje of diploma?

Uit internationale gegevens blijkt dat studenten met ADHD bij gelijke intelligentie minder slaagkansen hebben dan hun studiegenoten. Biedt rilatine dan geen soelaas? Baeyens: “Niet voor alle problemen. ADHD is een verzameling symptomen waaraan verschillende mechanismen ten grondslag kunnen liggen – al dan niet in combinatie met elkaar. Voor die mechanismen is er een neurobiochemische basis, als gevolg van een genetische kwetsbaarheid die in wisselwerking is met omgevingsfactoren.”

"Bij de overgang naar het hoger onderwijs valt plots veel structuur weg. Bij een aantal studenten wordt zelfs pas op dat moment duidelijk dat ze ADHD hebben."
Van der Oord: “Een eerste mechanisme betreft de executieve functies: een actie die in gang is gezet weer kunnen stopzetten, kunnen plannen en kunnen online houden waar je mee bezig bent, zonder afgeleid te worden – wat we het werkgeheugen noemen. Daarnaast is er het mechanisme rond motivatie: ga je voor de directe beloning – nu op een terrasje zitten – of voor de uitgestelde – je diploma halen? En dan is er nog het niet goed kunnen inschatten van tijd: overschatten hoeveel tijd je nog hebt voor een bepaalde taak en onderschatten hoelang iets in beslag zal nemen. Aan ADHD kunnen dus uiteenlopende problematieken ten grondslag liggen. Vandaar het belang van een individuele aanpak.”


To-do-lijst

Van der Oord: “Medicatie, zoals rilatine, slaat aan bij 90% en kan een groot effect hebben op impulsiviteit, hyperactviteit en concentratie. Maar het helpt niet om beter te plannen en te structureren. Daarvoor zijn andere vormen van begeleiding nodig, bijvoorbeeld trainen van planningsvaardigheden, in groep of individueel. Zo leer je een agenda te gebruiken, te werken met een to-do-lijst, een grote taak opdelen in kleine stukjes – allemaal vaardigheden waarvan je verwacht dat de meeste achttienjarigen erover beschikken, maar die niet evident zijn voor iemand met ADHD. Een therapeut kan ook werken aan motivatieproblemen door de student te doen nadenken over persoonlijke doelstellingen, de verleidingen te identificeren, en de gewoonte aan te kweken om kortetermijnbeloningen in te bouwen voor zichzelf.”

Baeyens: “Medicatie kan in bepaalde gevallen het juiste antwoord zijn, maar legt wel alle verantwoordelijkheid bij de student zelf. Terwijl de omgeving misschien ook kan worden aangepast, net zoals je dat doet voor rolstoelgebruikers. Denk aan goed gestructureerde lessen, waarin duidelijke overzichten worden gegeven – alle studenten hebben daar baat bij, maar studenten met ADHD in het bijzonder. Of maak het mogelijk om opnames te maken van hoorcolleges. Ook belangrijk: geef bij examens goed aan hoeveel tijd er beschikbaar is voor een bepaald onderdeel.”
"Jammer genoeg worden individuele faciliteiten nog te vaak beschouwd als een oneerlijk voordeel, reden voor sommige studenten om er geen beroep op te willen doen."

“Daarnaast zijn er individuele faciliteiten mogelijk: spreiden van examens, examen afleggen in een apart lokaal, de kans krijgen om een schriftelijk examen mondeling toe te lichten. Jammer genoeg worden dergelijke faciliteiten nog te vaak beschouwd als een oneerlijk voordeel, reden voor sommige studenten om er geen beroep op te willen doen. Terwijl je eigenlijk probeert te compenseren waar de omgeving tekortschiet. De moeilijkheid ligt erin om precies dát stuk te compenseren waarin iemand bij een bepaald examen of een bepaalde manier van onderwijs door zijn beperking wordt gehinderd. Idealiter zou dat op maat gebeuren, maar om organisatorische redenen is bijvoorbeeld vastgelegd dat iedereen met het statuut van student met functiebeperking een derde van de examentijd extra krijgt. Wat studenten met ADHD ook goed zou kunnen helpen, is een buddysysteem. Peer mentors – liefst meer dan één – spelen dan nota’s door, herinneren de student tijdig aan zijn of haar deadlines. Een dergelijke begeleiding kan wonderen verrichten.”


Eerste hulp bij ADHD

Leen Buelens (Cel Studeren met een Functiebeperking): “Een aantal studenten meldt zich bij de start van hun studieloopbaan bij ons met de vraag om faciliteiten vanwege ADHD. Daarnaast krijgen we ook studenten over de vloer die nog geen diagnose hebben, maar kampen met concentratieproblemen of het gevoel hebben dat ze eigenlijk beter kunnen. Indien nodig verwijzen we door voor verdere diagnostiek.”

“Studenten die worden erkend als student met functiebeperking krijgen, in overleg met ons, bepaalde examen- of onderwijsfaciliteiten. Ook bekijken we met hen de omvang en haalbaarheid van hun studieprogramma. We verwijzen ook door naar het Psychotherapeutisch Centrum, waar bijvoorbeeld groepstrainingen of individuele begeleiding rond uitstelgedrag of planning worden aangeboden, en naar de Dienst Studieadvies voor vragen rond onder meer studieplanning en -methode. Maar veel studenten zijn al goed geholpen wanneer ze gebruik kunnen maken van extra examentijd.”

woensdag 5 maart 2014

Stressvrije scholen via Transcendentale Meditatie

Faalangsttraining en stresstraining bij Rebus
Transcendentale Meditatie (TM). Misschien hebt u er ooit al van gehoord. Het betreft hier een meditatietechniek in de jaren '50 ontwikkeld in India door Maharishi Mahesh Yogi. De techniek houdt in dat u twee keer per dag voor een kwartier tot twintig minuten gaat zitten en de ogen sluit. De bedoeling is dat u mediteert door beroep te doen op een mantra. Dit is inderdaad nogal vaag, maar geen nood. Hoe dat concreet in zijn werk gaat kan aangeleerd worden, in een viertal sessies, door iemand die de techniek reeds beheerst. Om deze meditatievorm onder te knie te krijgen, vonden wij prijskaartjes tot maar liefst 2.500 dollar (1.820€).


Postieve gevolgen?


De believers van deze techniek beweren dat wanneer 1 procent van de bevolking (of bv. de inwoners van een stad) deze techniek beoefenen dit reeds een significant effect zal hebben op alle leden van die groep. Zo zouden ze reeds succesvol hebben aangetoond dat in bepaalde steden hierdoor de criminaliteit spectaculair zou zijn gedaald.
En inderdaad, "zou zijn", want geen enkele wetenschappelijke studie heeft reeds kunnen aantonen dat deze techniek een beter resultaat haalt dan het relaxerende effect dat meditatie sowieso veroorzaakt. Nog positieve gevolgen die men aan deze techniek toeschrijft, zijn onder andere een betere gezondheid en verhoogde creativiteit. Beiden zijn tot op heden nog niet wetenschappelijk bewezen.

Aanhangers van deze techniek pakken maar al te graag uit met verschillende celberties die deze techniek toepassen. Een grote aanhanger is bijvoorbeeld de regisseur David Lynch die zelfs de David Lynch Foundation heeft opgericht rond deze meditatietechniek. Wie deze techniek ook toepast zijn onder andere Hugh Jackman, Jennifer Anniston, George Lucas, Katy Perry, Moby, Ellen Degeneres en Clint Eastwood.

 

Transcendental Meditatie op school


Maar waarom we dit thema hier aansnijden heeft te maken met de Maharishi Institute of Vedic Science. Zij pleiten er voor om deze vorm van meditatie in scholen te implementeren. Dit is reeds het geval in een zevenhonderdtal scholen verspreid over heel de wereld. Daar begint en eindigt de schooldag steevast met een kwartier tot twintig minuten TM.

Ook bij Rebus geloven we in de helende werking van relaxatie in het bestrijden van stress en faalangst tijdens de studies. Zo bevat onze faalangsttraining bijvoorbeeld het aanleren van ontspanningsoefening. Zo wapenen we studenten tegen onnodige stress en faalangst, vooral in de examenperiodes. Vanuit dat oogpunt kan het volgens ons inderdaad nuttig zijn de schooldag te beginnen en te eindigen met een moment van meditatie en onthaasting. Maar tegenover alle presatiebevorderende en maatschappelijke effecten die uit deze meditatie zouden volgen, staan we iets scpetischer. Zolang de effecten niet wetenschappelijk zijn aangetoond, blijven deze onbestaande.

Maar daarom hoeven we het kind met het badwater niet weg te gooien. Studenten al op vroege leeftijd meegeven dat men doorheen de dag momenten van rust moet inbouwen is zeker niet verkeerd. En deze rustmomenten opvullen met ontspanningstechnieken en innerlijke reflectie kan zeker en vast een leerling weerbaarder maken voor de soms hoge verwachtingen die hen worden opgelegd.

We zijn er echter nog niet van overtuigd dat hier dergelijke dure cursussen voor nodig zijn als TM. Eenvoudige relaxatieoefeningen, gekaderd binnen een stress- of faalangsttraining kunnen zeker ook volstaan.

 

Stressvrij via Rebus Studiecoaching


Ben je geïnteresseerd geraakt in het volgen van een stress- en/of faalangsttraining? Neem dan ook een kijkje op onze website voor meer informatie over onze cursussen.



Over de auteur: Alexander Vandecaveye is afgestudeerd als Bachelor in de Geografie en Master in de Wijsbegeerte en werkt momenteel als studiecoach en social media expert voor REBUS.

Wil je graag reageren in verband met dit artikel? Dit kan via email, Website, Facebook, Twitter, Google+ of onderaan deze blogpost.

dinsdag 18 februari 2014

Pesten: een probleem dat blijft aanslepen

De laatste jaren werden verschillende campagnes opgezet om meer bewustzijn te creëren rond pestgedrag. Zo kent U waarschijnlijk wel de recente Ketnet-Move tegen Pesten. Al deze goedbedoelde acties lijken echter niets te veranderen in het pestgedrag van kinderen en jongeren. Recent onderzoek van Yeti, het tienerblad van Klasse, bij 1200 leerlingen toonde aan dat de helft van de leerlingen toegeeft gepest te worden.

Uit datzelfde onderzoek blijkt dat de jongeren vinden dat er op een verkeerde manier gereageerd wordt op pesten, waardoor ze de stap naar een vertrouwenspersoon veel minder snel zetten. Jongeren die gepest worden, hebben het gevoel dat ze er met hun probleem alleen voor staan. Ook de pesters zelf beseffen niet dat hun gedrag erg kwetsend overkomt. Na een pestincident moet prioritair uiteraard de gepeste jongere beschermd worden, maar ook de pestkop moet leren met zijn/haar eigen boosheid en frustraties omgaan en voelt zich waarschijnlijk niet goed in zijn/haar vel.

Er zal een grondige attitudeverandering nodig zijn ten opzichte van de problematiek rond ‘pesten’. Bewustzijn rond pestgedrag is er door de verscheidenheid aan campagnes al geïnstalleerd, maar een preventieve aanpak waarbij de oorzaak van het pesten wordt aangepakt, is er voorlopig niet.

Pestgedrag wordt aangepakt door scholen wanneer het zich voordoet, maar op die manier zal het gedrag zelf niet verminderen. Zowel voor pestslachtoffers als voor pesters zelf zal het belangrijk zijn dat er in de toekomst meer wordt gewerkt rond het ontwikkelen van hun sociale vaardigheden, het opbouwen van weerbaarheid en het omgaan met stresserende situaties. Jongeren kunnen zich steeds minder inleven in ‘de ander’, waardoor pesterijen al snel onderschat worden. Als jongeren op termijn meer weerbaar worden en meer empathisch vermogen ontwikkelen ten opzichte van elkaar, zal het pestgedrag zienderogen verminderen.

Rebus probeert op deze belangen in te spelen en is momenteel bezig met het uitwerken van een groepstraining voor jongeren tussen de 12 en 14 jaar rond weerbaarheid en pesten op school.


Over de auteur: Astrid Dendauw is studiecoach voor REBUS en werkt momenteel een groepstraining uit rond weerbaarheid en pesten op school.

Wil je graag reageren in verband met dit artikel? Dit kan via email, Website, Facebook, Twitter, Google+ of onderaan deze blogpost.